Kortrijk Art

Kunst in de publieke ruimte

Over

Kunst in de publie­ke ruim­te is een essen­ti­eel onder­deel van het his­to­ri­sche en heden­daag­se cul­tu­reel erf­goed en geheu­gen van de stad. Ze is niet alleen van­uit his­to­risch stand­punt van belang, maar biedt ook kan­sen om actu­e­le en heden­daag­se spo­ren na te laten. Ze maakt van Kort­rijk één gro­te cul­tu­re­le site, zowel laag­drem­pe­lig als kwa­li­ta­tief. Een meer­waar­de voor inwo­ners en bezoe­kers. Via kwa­li­ta­tie­ve kuns­tin­te­gra­ties in de publie­ke ruim­te in Groot Kort­rijk, op een laag­drem­pe­li­ge, actu­e­le en dyna­mi­sche manier met loka­le en inter­na­ti­o­na­le kun­ste­naars, kunst toe­gan­ke­lijk maken voor een groot publiek en mee­bou­wen aan de iden­ti­teit, leef­baar­heid en de uit­stra­ling van de stad.

De col­lec­tie in de publie­ke ruim­te bestaat uit een 130-tal kunst­wer­ken waar­on­der sculp­tu­ren, beel­den, gedenk­pla­ten, monu­men­ten en oor­logs­mo­nu­men­ten, borst­beel­den en hei­li­gen­beel­den, reli­ëfs en moza­ïe­ken, muur­schil­de­rij­en en geïn­te­greer­de kunst­wer­ken. Ze staan ver­spreid over Kort­rijk en deel­ge­meen­ten Heu­le, Mar­ke, Aal­be­ke, Bel­le­gem, Rol­le­gem, Kooi­gem en Bis­se­gem. De kunst­wer­ken zijn zeer divers van samen­stel­ling en mate­ri­aal­soort nl. brons, koper of metaal, hout, steen of mar­mer, kunst­stof, glas, …

  • 1

    Creation ‣ Kris Martin

    2025 Creation Kris Martin c Dieter Van Caneghem 1

    Over het kunstwerk

    Tot 1978, toen de Arme Kla­ren de Groe­nin­ge­ab­dij ver­lie­ten, wer­den in deze muur­ka­pel­len de Zeven Smar­ten van Maria afge­beeld. Kris Mar­tin blaast ze nieuw leven in met Cre­a­ti­on, een kunst­werk uit glas­mo­za­ïek dat in een abstrac­te, uni­ver­se­le vor­men­taal ver­wijst naar de zeven dagen van de schepping. 

    Het oeu­vre van Kris Mar­tin (°1972) is door­a­demd van reli­gi­eu­ze sym­bo­liek en in die zin sterk ver­bon­den met de tal­rij­ke kloos­ters, ker­ken en kapel­le­tjes uit zijn geboor­te­stad Kort­rijk. Zijn werk roept vra­gen op over iden­ti­teit, zin­ge­ving en ver­gan­ke­lijk­heid — thema’s die al eeu­wen­lang de kunst­ge­schie­de­nis door­krui­sen. Hij speelt met her­ken­ning en ver­vreem­ding om ons te laten stil­staan bij de gro­te­re vra­gen. Op die manier cre­ëert hij ruim­te voor reflec­tie, con­tem­pla­tie, ver­zet en poëzie. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 2

    Sing Sing ‣ Frederik Van Simaey

    2024 Sing Sing Frederik Van Simaey c Dieter Van Caneghem 3

    Over het kunstwerk

    Sing Sing is een sculp­tuur in de vorm van een meta­len hek, dat ner­gens naar­toe lijkt te lei­den of niets begrenst. Het hek werd zo ver­vaar­digd dat, wan­neer je met een stok of staaf tegen de ver­schil­len­de spij­len van het hek tikt, de melo­die van Altijd is Kort­jak­je ziek te horen is. De leng­te van de ver­schil­len­de spij­len zor­gen voor een vari­a­tie in toonhoogte.

    Het werk is van kun­ste­naar Fre­de­rik Van Simaey en werd in 2018 aan­ge­kocht door Stad Kort­rijk na de Tri­ën­na­le Play. Het beken­de lied ver­wijst naar de zor­ge­lo­ze kin­der­tijd van Van Simaey. Altijd is Kort­jak­je ziek is een kin­der­lied dat terug­gaat op een bekend volks­lied uit de acht­tien­de eeuw. Het werk is een uit­no­di­ging aan de bezoe­kers om zich te laten onder­dom­pe­len in deze nos­tal­gie naar hun kinderjaren. 

    Fre­de­rik Van Simaey (°1979, Kort­rijk) duwt ons met de neus op din­gen waar­aan we voor­bij drei­gen gaan. Hij gebruikt schijn­baar waar­de­lo­ze voor­wer­pen en trans­for­meert deze aan de hand van mini­ma­le ingre­pen tot een soort poë­ti­sche en artis­tie­ke raad­sels. Zo cre­ëert hij een span­ning tus­sen con­cept, wer­ke­lijk­heid en ver­wach­ting. Hij stelt zich hier­bij vra­gen over de nood­zaak van het creëren. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 3

    THERE'S SOMETHING IN THE AIR ‣ Sandra E. Blatterer

    DSC 0661

    Over het kunstwerk

    Het licht­kunst­werk THE­RE’S SOME­THING IN THE AIR werd ont­wor­pen door San­dra E. Blat­te­rer (°1978, Wenen). Bij de reno­va­tie van de oude brand­weer­ka­zer­ne en omvor­ming tot nieu­we Deel­fa­briek werd er ook een kuns­tin­te­gra­tie voor­zien. Er werd geko­zen voor de lichts­culp­tuur van San­dra Blatterer. 


    Deel­fa­briek
    In de Deel­fa­briek krijgt cir­cu­lai­re eco­no­mie een plaats in de stad. De Deel­fa­briek staat voor een nieu­we manier van leven en kij­ken die inspeelt op de groei­en­de trend van deel- en her­ge­brui­k­eco­no­mie. Er zijn ver­schil­len­de bur­ger­ini­ti­a­tie­ven geves­tigd rond rui­len, lenen en her­ge­brui­ken. Het is een open plek waar ieder­een wel­kom is. Er wordt een warm empo­we­rend en auto­noom kli­maat geschept waar­bij diver­se ini­ti­a­tief­ne­mers elkaar kun­nen vin­den en ver­ster­ken. Van­uit die gedeel­de visie op delen’ wordt er ver­bin­ding gemaakt met men­sen die wil­len bespa­ren, con­su­min­de­ren, duur­za­mer leven of zelf­red­za­mer wor­den.

    Oude brand­weer­ka­zer­ne
    Deze site was de voor­ma­li­ge brand­weer­ka­zer­ne van Kort­rijk. Het moder­nis­tisch gebouw werd opge­trok­ken in 1940 naar ont­werp van archi­tec­ten W. Dutoit, P.A. Pau­wels en W. Van­sprang­he. Opval­lend is de 24 meter hoge toren met gla­zen arends­nest. Deze werd vroe­ger gebruikt om de brand­slan­gen te dro­gen. De toren is van ver te zien en vormt een land­mark in de omge­ving. Net om die reden werd het kunst­werk van San­dra Blat­te­rer in de toren gere­a­li­seerd.

    THE­RE’S SOME­THING IN THE AIR
    De lichts­culp­tuur vormt een baken in de stad en is een her­ken­nings­punt tij­dens de don­ke­re uren. Het idee van dit licht­kunst­werk is ont­staan uit het schrij­ven met licht”. San­dra Blat­te­rer expe­ri­men­teert met drie­di­men­si­o­na­le licht­te­ke­nin­gen in de ruim­te en hoe deze teke­nin­gen of geschrif­ten zich ver­hou­den tot de toe­schou­wer, de omge­ving en de omlig­gen­de mate­ri­a­len. Dit licht­kunst­werk speelt met de ruim­te, met het publie­ke en het pri­va­te, met het con­cep­tu­e­le, maar ver­wijst tege­lij­ker­tijd naar doel­ge­rich­te belet­te­ring in onze wereld en de mate­ri­a­lis­ti­sche wereld van pro­duc­ten. De lichts­culp­tuur ver­bindt men­sen, ver­bindt de stad en ver­wijst ook door haar mate­ri­a­li­teit naar de mis­sie en visie van de Deel­fa­briek, waar­door het een soort soci­a­le sculp­tuur wordt.

    To pluck some­thing out of the air means to draw from the void. Some­thing is in the air’ points out to an expec­tant futu­re soon mate­ri­a­li­zing. Both ide­as together seem to sketch the out­lines of a yet uns­ha­ped spa­ce whe­rein any fur­ther thought and dream can bre­a­the, from who­me­ver it may ori­gi­na­te.” — Tho­mas Schütt

    San­dra E. Blat­te­rer is gebo­ren in Wenen (Oos­ten­rijk) en woont en werkt in Ber­lijn (Duits­land). In haar werk onder­zoekt ze ver­schil­len­de metho­den van artis­tie­ke licht­ont­wik­ke­ling en het effect van ver­schil­len­de licht­kwa­li­tei­ten in ruim­tes. Ze cre­ëert instal­la­ties en per­for­man­ces aan de hand van ont­werp­schet­sen, media­stu­dies, video map­ping, muziek, foto­gra­fie en architectuur. 

    Foto: Stad Kortrijk

  • 4

    Sequence n°1 ‣ Filip Dujardin

    Filip Dujardin

    Over het kunstwerk

    Langs het jaag­pad van de Leie duikt onver­wacht een merk­waar­di­ge struc­tuur op: een lan­ge muur van rode snel­bouw­ste­nen en dak­pan­nen, die tege­lijk her­ken­baar en ver­vreem­dend oogt. Sequen­ce1 van kun­ste­naar en foto­graaf Filip Dujar­din lijkt op het eer­ste gezicht een onaf­ge­werkt gebouw of een rest­struc­tuur – met een trap, een boog, een schoor­steen en een dak­lijn – als­of het begin van een huis zich in de open ruim­te ont­vouwt. Maar wie dich­ter­bij komt, merkt dat het om iets anders gaat. De instal­la­tie heeft geen bin­nen­kant, geen func­tie, geen slui­tend geheel. Ze bestaat puur uit vorm: een aan­een­scha­ke­ling van archi­tec­tu­ra­le geba­ren die ner­gens toe leidt. 

    Dujar­din speelt in dit werk met de grens tus­sen rea­li­teit en ver­beel­ding. Bekend om zijn foto­col­la­ges van onmo­ge­lij­ke gebou­wen, ruilt hij hier voor het eerst zijn digi­ta­le beel­den in voor fysie­ke mate­ri­a­len. Het resul­taat is een sculp­tu­ra­le wan­de­ling door de taal van de archi­tec­tuur, waar­bij elke vorm iets sug­ge­reert, maar nooit tot een echt gebouw wordt. 

    De instal­la­tie werd in 2015 gere­a­li­seerd in het kader van het kunst­par­cours Flux, op een plek die sym­bool staat voor de her­nieuw­de rela­tie tus­sen Kort­rijk en haar rivier. Na de groot­scha­li­ge Leie­wer­ken kreeg de oever terug ruim­te en rust. De gebruik­te mate­ri­a­len, zoals snel­bouw­steen en klas­sie­ke dak­pan­nen, ver­wij­zen tege­lijk naar het indu­stri­ë­le ver­le­den van de streek en naar de alle­daag­se bouw­cul­tuur in Vlaanderen. 

    Filip Dujar­din (°1971) is foto­graaf, kunst­his­to­ri­cus en beel­dend kun­ste­naar. Hij woont en werkt in Gent, en onder­zoekt in zijn werk de grens tus­sen archi­tec­tuur, illu­sie en verbeelding. 

    Foto: Filip Dujardin

  • 5

    Modified Social Bench NY #05 ‣ Jeppe Hein

    202404 Modified Social Bench Jeppe Hein c Dieter Van Caneghem 3

    Over het kunstwerk

    Op het eer­ste zicht lijkt deze fel­ro­de bank een gewo­ne zit­plek, maar wie dich­ter­bij komt, merkt al snel dat er iets niet klopt. Deze Modi­fied Soci­al Bench van de Deen­se kun­ste­naar Jep­pe Hein daagt je uit om anders om te gaan met een alle­daags object. Door de ver­vorm­de vorm wordt zit­ten een actie­ve, soms speel­se erva­ring. Je leunt, klau­tert of zoekt je even­wicht – en dat maakt de bank tot veel meer dan een gebruiks­voor­werp. Jep­pe Hein wil met zijn ban­ken men­sen uit­no­di­gen om op een nieu­we manier naar hun omge­ving én naar elkaar te kij­ken. Hoe­veel ruim­te nemen we in? Hoe dicht­bij laten we ande­ren toe? De bank sti­mu­leert ont­moe­ting, inter­ac­tie en onver­wach­te gesprek­ken in de publie­ke ruimte. 

    Het werk werd in 2018 geplaatst tij­dens het Kort­rijk­se kunst­fes­ti­val PLAY en is sinds­dien uit­ge­groeid tot een her­ken­baar punt aan de Leieboorden. 

    Jep­pe Hein (°1974, Kopen­ha­gen) woont en werkt in Ber­lijn. Hij staat bekend om zijn inter­ac­tie­ve instal­la­ties die spe­len com­bi­ne­ren met soci­a­le reflec­tie. Hij was een assis­tent van de kun­ste­naar Ola­fur Eli­as­son en ver­te­gen­woor­dig­de in 2003 Den­e­mar­ken tij­dens de Biën­na­le van Venetië. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 6

    Wilting Flower #5 ‣ Daan Gielis

    2025 Wilting Flower 5 Daan Gielis c Dieter Van Caneghem 2

    Over het kunstwerk

    Deze zes meter hoge blauw­groe­ne neon­bloem met han­gen­de knop bevindt zich in de sche­mer­zo­ne tus­sen vita­li­teit en kwets­baar­heid. De wil­de kie­vits­bloem (Fri­til­la­ria Melea­gris) is een sym­bool voor weder­ge­boor­te en ver­nieu­wing. Met een druk op een knop kan je de neon bloem enke­le minu­ten laten oplich­ten. Als een poë­ti­sche vari­ant van het eeu­wen­ou­de ritu­eel om kaars­jes te bran­den in de kapel sym­bo­li­seert het kunst­werk zo de con­ti­nu­ï­teit tus­sen troost- en schoon­heids­zoe­kers van vroe­ger en vandaag. 

    Daan Gie­lis (19882023) inspi­reer­de zich voor dit werk op een col­lec­tie vroeg­mo­der­ne hout­druk­ken uit het Plan­tin-More­tus Muse­um in Ant­wer­pen. De kun­ste­naar groei­de op met plan­ten – zijn moe­der is flo­ris­te en zijn vader land­schaps­ar­chi­tect – en werd gegre­pen door hun tij­de­lijk­heid. In enke­le dagen is een bloem ver­welkt, maar in de kor­te duur van haar bestaan getuigt ze van een enor­me levens­kracht. Dat tij­de­lijk­heid en kracht samen­gaan, drukt Gie­lis uit in hel­de­re neon. Die tij­de­lijk­heid moest hij zelf ook omar­men. Van jongs af aan werd hij geplaagd door een ingrij­pen­de auto-immuun­ziek­te. Het maak­te hem kwets­baar en con­fron­teer­de hem met ver­gan­ke­lijk­heid, maar voed­de ook zijn wil om te leven. Die erva­ring raakt aan de kern van zijn Wil­ting Flo­wers, ster­ven­de bloe­men die toch schit­te­ren en stra­len. Een kort leven, afge­beeld op het moment dat het bij­na voor­bij is. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 7

    De eerste stap ‣ André Taeckens

    2024 De Eerste Stap Moeder en Kind Andre Taeckens c Dieter Van Caneghem

    Over het kunstwerk

    De eer­ste stap
    Dit beeld, in de volks­mond ook wel Moe­der en Kind” genoemd, is een wit­ste­nen sculp­tuur waar­in een moe­der haar klei­ne kind onder­steunt bij de eer­ste, wan­ke­le pas­jes. Het the­ma komt uit het alle­daag­se leven en her­ken­nen we als moe­der­lief­de. Meer dan een intiem moment, is dit kunst­werk ook een hom­ma­ge aan de jon­ge vaders en moe­ders van vlak na de Twee­de Wereld­oor­log. Gezin­nen kre­gen weer hoop en de geboor­te­cij­fers ste­gen. Bij de ope­ning van het park in 1955 stond dit beeld sym­bool voor de baby­boom­ge­ne­ra­tie die met hun peu­ters het park opzocht, vol ver­wach­ting over de toekomst. 

    André Taec­kens
    André Taec­kens (1909, Tor­hout – 1965, Brug­ge) ont­dek­te al op jon­ge leef­tijd zijn lief­de voor steen. Op zijn 13de ging hij in de leer bij steen­hou­wer Aleyn in zijn geboor­te­stad. Later volg­de hij een oplei­ding aan de Aca­de­mie Gent waar hij tus­sen 1932 tot 1938 zijn vak­man­schap ver­fijn­de. In zijn laat­ste stu­die­jaar werd hij bekroond met de Prijs van de Stad Gent. Taec­kens groei­de uit tot een gere­nom­meerd beeld­hou­wer. In 1955, het jaar waar­in de stad Kort­rijk De Eer­ste Stap’ aan­kocht, viel hij ook inter­na­ti­o­naal in de prij­zen: hij ont­ving de Thor­let-prijs in Parijs en kreeg erken­ning in Madrid. In 1958 kreeg hij de Pro­vin­ci­a­le Prijs voor Beeld­houw­kunst van West-Vlaan­de­ren. Hij werk­te voor­al met brons, mar­mer en steen. Zijn voor­keur ging naar figu­ren, tor­so’s, borst­beel­den en por­tret­ten. Eén van zijn laat­ste gro­te wer­ken was een kopie van de Madon­na van Miche­lan­ge­lo, die in 1962 als konink­lijk geschenk werd aan­ge­bo­den aan koning Bou­de­wijn en konin­gin Fabi­o­la bij hun Blij­de Intre­de in Brug­ge in 1962. Het beeld wordt bewaard in het konink­lijk paleis in Brugge. 

    Het Mag­da­len­a­park
    Het werk van Taec­kens staat op een bij­zon­de­re plek in Kort­rijk. Uit bron­nen blijkt dat er in 1233 een lepro­ze­rie of melaat­sen­huis bestond op die plek. In de mid­del­eeu­wen was dit een instel­ling waar men­sen met lepra of ande­re huid­ziek­ten die als besmet­te­lijk wer­den gezien, geï­so­leerd wer­den van de rest van de samen­le­ving. Later werd daar een Kapel aan toe­ge­voegd, gewijd aan de Hei­li­ge Mag­da­le­na, patro­nes van de boe­te­doe­ning. Die kapel werd ver­woest na een brand, opnieuw gebouwd en uit­ein­de­lijk vol­le­dig ver­woest tij­dens WOII. Het ter­rein werd onder­tus­sen gebruikt als ste­de­lij­ke begraaf­plaats. Pas in 1955 werd dit een stads­park de Groote Made­leene’ met ruï­nes van de vroe­ge­re kapel. Het werk van Taec­kens, geplaatst bij de ope­ning van het park in 1955, pas­te bij de tijdsgeest. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 8

    Een hart voor Overleie ‣ Luche

    2024 Een Hart Voor Overleie Luche c Dieter Van Caneghem

    Over het kunstwerk

    Een hart voor Over­leie
    Op het Sint-Amands­plein ligt een rood­mar­me­ren hart op een ruwe, blauw­ste­nen vlak. Het hart oogt warm en tast­baar, maar rust op een onre­gel­ma­ti­ge onder­grond – een bewus­te keu­ze die de kwets­baar­heid én kracht van gemeen­schaps­zin weer­spie­gelt. Het kunst­werk draagt een inscrip­tie van de loka­le dich­ter Achil­les Surinx: “ t Klop­pend hart van Over­leie draagt men­sen door t leven.” Deze poë­ti­sche zin ver­woordt tref­fend de warm­te en soli­da­ri­teit van de wijk. Het beeld – in de volks­mond kort­weg Het Hart” genoemd – werd gere­a­li­seerd in 2006 naar aan­lei­ding van het 75-jarig bestaan van de plaat­se­lij­ke toneel­ver­e­ni­ging De Spatjes. Hun jaar­lijk­se revues bren­gen niet alleen ple­zier, maar ook con­cre­te steun: de opbreng­sten wor­den inte­graal geschon­ken aan zie­ken­zorg en hulp­be­hoe­ven­den in Over­leie. Het monu­ment is tege­lijk een eer­be­toon aan deze inzet en een sym­bool van ver­bon­den­heid in de buurt. 

    Het kunst­werk bevindt zich op het Sint-Amands­plein, let­ter­lijk en figuur­lijk het hart van de wijk Over­leie. De keu­ze voor deze loca­tie is geen toe­val: hier komen men­sen samen, hier bloeit het buurt­le­ven. Dank­zij de ster­ke betrok­ken­heid van De Spatjes en Buurt­werk Over­leie werd het beeld wer­ke­lijk­heid, met steun van de Stad Kort­rijk. Het plein kreeg zo niet enkel een visu­e­le ver­rij­king, maar ook een tast­baar sym­bool van loka­le trots. Het Hart” nodigt uit tot ont­moe­ting, her­in­ne­ring en herkenning. 

    Luche
    Het kunst­werk werd gere­a­li­seerd door Luche, pseu­do­niem van Lut Van Cal­bergh (Ware­gem, 1949). Ze stu­deer­de aan de Konink­lij­ke Aca­de­mie voor Scho­ne Kun­sten in Kort­rijk en laat zich inspi­re­ren door natuur, samen­le­ving en men­se­lij­ke inter­ac­tie. In haar werk speelt ze met con­tras­ten zoals licht en scha­duw, leeg­te en volume. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 9

    Zonder Titel ‣ Jean-Luc Verpoucke

    2024 Zonder titel Jean Luc Verpoucke c Dieter Van Caneghem 2

    Over het kunstwerk

    Dit abstrac­te beeld­houw­werk van Jean-Luc Ver­pou­c­ke uit 1989 bestaat uit twee volu­mes in ruw bewerk­te blau­we hard­steen, die ogen­schijn­lijk broos op elkaar balan­ce­ren. De com­po­si­tie straalt een fra­giel even­wicht uit, een ken­merk dat type­rend is voor het oeu­vre van de kun­ste­naar. Ver­pou­c­ke speelt bewust met tegen­stel­lin­gen: het ruwe, onbe­werk­te karak­ter van de natuur­steen botst met de strak­ke, vloei­en­de en haast geo­me­tri­sche vor­men die hij eraan ont­leent. Gepo­lijs­te delen bren­gen een sub­tiel spel van licht en reflec­tie in de robuus­te mas­sa van het mate­ri­aal. Het resul­taat is een sculp­tuur die tege­lijk krach­tig en kwets­baar oogt – een even­wichts­oe­fe­ning in steen. In zijn werk onder­zoekt hij veel­al de span­ning tus­sen mate­rie en vorm, tus­sen cha­os en orde­ning, tus­sen de toe­val­lig­heid van de natuur en de ingreep van de maker. 

    Het werk stond oor­spron­ke­lijk opge­steld in de tuin van het Broel­mu­se­um in Kort­rijk. Sinds april 2022 kreeg het een nieu­we, publie­ke plek in de voor­tuin van de voor­ma­li­ge spin­ne­rij De Stoop aan de Spin­ne­rijkaai, als onder­deel van het stads­pro­ject Beeld in je Buurt. Met dit ini­ti­a­tief wor­den kunst­wer­ken uit het erf­goed­de­pot gehaald en opnieuw zicht­baar gemaakt in het straat­beeld. Zon­der titel’ is nu vrij toe­gan­ke­lijk voor het publiek en zicht­baar op een voor­ma­li­ge indu­stri­ë­le site in Kortrijk. 

    Jean-Luc Ver­pou­c­ke
    Jean-Luc Ver­pou­c­ke werd gebo­ren in Ieper in 1957. Hij volg­de een oplei­ding beeld­houw­kunst aan het Sint-Lucas­in­sti­tuut in Gent en woont en werkt van­daag in Hul­s­te (Harel­be­ke). Sinds 1982 is hij ver­bon­den aan de Konink­lij­ke Aca­de­mie voor Scho­ne Kun­sten in Kort­rijk en Brug­ge als docent. 

    Ook elders in de streek zijn sculp­tu­ren van Ver­pou­c­ke terug te vin­den, zoals Com­po­siet in Hul­s­te en een lichts­culp­tuur in het Begijn­hof­park in Kort­rijk. Dat laat­ste werk, gere­a­li­seerd in 2010 ter gele­gen­heid van het 250-jarig bestaan van de aca­de­mie, stelt een licht­te­ke­ning voor van twee her­sen­helf­ten die sym­bool staan voor de cre­a­tie­ve en rati­o­ne­le dimen­sies van de mens. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 10

    Cirkel en Vierkant ‣ Tine Vindevogel

    202404 Cirkel en Vierkant Tine Vindevogel c Dieter Van Caneghem 1

    Over het kunstwerk

    Deze impo­san­te geo­me­tri­sche sculp­tuur speelt op een bij­zon­de­re manier met haar omge­ving. Aan de ene kant neemt ze dui­de­lijk haar plek in, aan de ande­re kant lijkt ze de omge­ving juist te omlijs­ten en te kade­ren. Cir­kel en Vier­kant bestaat uit twee basis­vor­men: een vier­kant waar­bin­nen een cir­kel met een scha­kel (een ring) beves­tigd is. De cir­kel en het vier­kant zijn elkaars tegen­po­len, maar hou­den elkaar toch in even­wicht. De ver­bin­den­de scha­kel bena­drukt hun rela­tie en samen vor­men ze een abstract kader voor het groen erach­ter. Zo wordt de omge­ving zelf een inte­graal onder­deel van het kunst­werk, dat als een soort abstrac­te code op de natuur lijkt te rea­ge­ren. Cir­kel en Vier­kant werd spe­ci­fiek gemaakt het Ont­moe­tings­cen­trum in Mar­ke. Begin 2000 nam de Stad het ini­ti­a­tief om meer kunst in de deel­ge­meen­ten te rea­li­se­ren. In dit kader werd in 2002 Cir­kel en Vier­kant geplaatst in de groe­ne omge­ving van het OC

    Tine Vin­de­vo­gel
    De sculp­tuur kan ook gele­zen wor­den als een monu­men­taal juweel. Een ver­wij­zing naar het oor­spron­ke­lij­ke beroep van de kun­ste­na­res. Tine Vin­de­vo­gel (Gent, 1971) stu­deer­de Juwee­l­ont­werp aan het Sint-Lucas­in­sti­tuut en het Nati­o­naal Hoger Insti­tuut voor Scho­ne Kun­sten in Ant­wer­pen, en volg­de ook Glas­kunst in Meche­len. In 1997 werd ze gese­lec­teerd voor de Biën­na­le Sti­mu­lans in Kort­rijk en in 1999 won ze de pres­ti­gi­eu­ze Hen­ry Van de Vel­de Award voor jong talent. In 2010 kreeg ze de Eer­ste Prijs in de vier­jaar­lijk­se Prijs voor Kunst­am­bach­ten van de Pro­vin­cie West-Vlaan­de­ren. Hoe­wel Vin­de­vo­gel bekend is als juwee­l­ont­wer­per, werkt ze ook monu­men­taal, voor­al met ijzer en staal. In haar gro­te­re wer­ken zoekt ze een fysie­ke vol­doe­ning, een gevoel van tast­ba­re aanwezigheid. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 11

    Geknielde jongeling ‣ George Minne

    2025 Geknielde jongeling George Minne c Dieter Van Caneghem 1

    Over het kunstwerk

    Van­af 1889 werk­te Geor­ge Min­ne (18661941) in teke­nin­gen en sculp­tu­ren her­haal­de­lijk het the­ma uit van de gekniel­de jon­ge­ling. Dit sobe­re, expres­sie­ve bron­zen beeld is één van de vele vari­an­ten van deze figuur, die voor­al bekend is van de beel­den­groep Fon­tein der gekniel­den’ in Gent.

    Het werk kan op ver­schil­len­de manie­ren gele­zen wor­den. De jon­ge­ling bij het water her­in­nert aan de mythe van de half­god Nar­cis­sus, die ver­liefd wordt op zijn spie­gel­beeld en te gron­de gaat aan het ver­lan­gen naar het onbe­reik­ba­re object van zijn lief­de. Als enke­ling roept de zich­zelf omar­men­de jon­ge­ling met het gebo­gen hoofd ver­in­ner­lij­king en dee­moed op en krijgt het beeld een mys­tiek, bij­na reli­gi­eus karak­ter.

    Min­ne’s jon­ge­lin­gen dagen daar­naast met hun naak­te, ten­ge­re kwets­baar­heid de tra­di­ti­o­ne­le gen­der­rol­len uit. De deli­ca­te weer­ga­ve van deze jon­ge man­nen, in al hun fra­gi­li­teit en teder­heid, wijkt af van con­ven­ti­o­ne­le man­ne­lij­ke beel­den en biedt een alter­na­tie­ve visie op – en een bre­der begrip van – mannelijkheid. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 12

    Gepantserd Wezen ‣ Gerard Holmens

    202404 Gepantserd wezen Holmens Gerard c Dieter Van Caneghem 1

    Over het kunstwerk

    In deze sculp­tuur in onge­po­lijs­te hard­steen zijn figu­ra­tie­ve ele­men­ten her­leid tot haast abstrac­te vor­men. De vorm roept beel­den op van iets levends, iets orga­nisch; een bio­lo­gisch orga­nis­me dat zijn eigen wezen mani­fes­teert. Het werk nodigt uit tot inter­pre­ta­tie: wat bete­kent bescher­ming, wat bete­kent kwets­baar­heid? De gebruik­te tech­niek is tail­le direc­te: de beeld­hou­wer hakt direct in de steen, zon­der tus­sen­stap­pen. Zo ont­staat een ruwe, krach­ti­ge materie­behandeling waar­in de steen zélf spreekt. 

    Gepant­serd Wezen dateert van 1977. Het is geplaatst in de voor­tuin van De Bran­ding, aan de Leeuw van Vlaan­de­ren­laan 23, Kort­rijk. De Bran­ding biedt woon‑, dag‑ en indi­vi­du­e­le onder­steu­ning aan zo’n 45 per­so­nen met een beper­king. In die con­text krijgt het beeld een zach­te the­ma­tiek: het staat sym­bool voor een per­soon die beschermd en onder­steund woont, die zich­zelf mag zijn – zon­der pantser”. 

    Gerard Hol­mens
    Gerard Hol­mens werd gebo­ren in Oos­ten­de op 29 sep­tem­ber 1934 en over­leed in 1995 in Moulins in Frank­rijk. Hij stu­deer­de in Oos­ten­de, Gent en Ant­wer­pen, en volg­de ook les­sen aan La Gran­de Chau­mi­è­re in Parijs, onder meer bij Zadkine. 

    Beeld in je Buurt - De Bran­ding
    In 2020 lan­ceer­de Stad Kort­rijk de oproep Beeld in je Buurt: voor een aan­tal sculp­tu­ren die bewaard wer­den in het Regi­o­naal Erf­goed­de­pot Tre­zoor werd een pas­sen­de plek gezocht in de stad. Inwo­ners kon­den idee­ën inzen­den over plek­ken die geschikt leken. De Bran­ding in de Leeuw van Vlaan­de­ren­laan dien­de ook een aan­vraag in. Het voor­tuin­tje van hun gebouw leen­de zich ertoe een sculp­tuur te plaat­sen. Met het werk Gepant­serd Wezen werd een ide­a­le match gevon­den, zowel in de the­ma­tiek van het beeld en de wer­king van De Bran­ding, als een mooie archi­tec­tu­ra­le link met het gebouw en de voor­tuin. De Bran­ding is een deel van groep WAAK en biedt in de regio Zuid-West-Vlaan­de­ren woon‑, dag- en indi­vi­du­e­le onder­steu­ning aan meer dan 450 vol­was­se­nen met een beper­king. Met hun dag­be­ste­ding wil­len zij voor­al de talen­ten van men­sen met een beper­king onder­stre­pen, en aan­to­nen dat dag­be­ste­ding méér is dan enkel bezigheidstherapie. 

    Foto: Die­ter Van Caneghem

  • 13

    De Golf ‣ Olivier Strebelle

    2011 de golf foto danny veys msk 1276 1

    Over het kunstwerk

    Het kunst­werk De Golf’ was het win­nend ont­werp uit de wed­strijd Kunst­werk op het Schouw­burg­plein’ die in 1996 gelan­ceerd werd door Stad Kort­rijk. De fon­tein van Oli­vier Stre­bel­le werd geko­zen — en in 2003 geïn­te­greerd op het plein — omwil­le van het con­trast tus­sen de ron­de vor­men van het werk en de strak­ke vorm­ge­ving van het plein. De kun­ste­naar maak­te nooit eer­der een fon­tein en het werk is een pri­meur in zijn oeu­vre. Het werk bestaat uit meta­len bui­zen en spuit­mon­den op een hel­lend vlak die een golf ver­beel­den. Het monu­men­ta­le werk (gewicht 5 ton) heeft slechts één raak­punt met het hel­lend vlak en de kracht­straal kan per buis gere­geld wor­den. De com­plexi­teit van de bewe­ging is een tech­ni­sche kracht­toer. Ondanks het monu­men­ta­le karak­ter van het werk is de fon­tein zeer bewe­ge­lijk en trans­pa­rant door de vorm­ge­ving en de gebruik­te materialen.

    Oli­vier Stre­bel­le (Brus­sel, 1927 — 2017) komt uit een artis­tiek gezin. Zijn bei­de ouders waren schil­ders. Op vijf­tien­ja­ri­ge leef­tijd start hij aan het Nati­o­naal Hoger Insti­tuut Ter Kameren Brus­sel, waar hij kera­miek en beeld­houw­kunst volgt. In 1949 richt hij, samen met Ale­ch­ins­ky, Rein­houd, Dotre­mont en Olyff, de Ate­liers du Marais’ op in Brus­sel (het cen­trum van de Cobra-bewe­ging). Op zijn twin­tig­ste is hij al beroemd en oogst ruim erken­ning. Al snel wendt Oli­vier Stre­bel­le zijn artis­tie­ke gaven aan om te doce­ren in scho­len over de hele wereld. Heel wat van zijn wer­ken wor­den per­ma­nent ten­toon­ge­steld in gro­te ste­den in Euro­pa, de Ver­e­nig­de Sta­ten en Azië.

  • 14

    Ballerina ‣ Stephan Balkenhol

    Browse 1

    Over het kunstwerk

    Op de Vee­markt staat een beel­den­groep bestaan­de uit twee gekleur­de bron­zen beel­den die levens­gro­te figu­ren voor­stel­len: een man­ne­lij­ke figuur en een bal­le­ri­na. De bal­le­ri­na staat sier­lijk op een rode bol, hoog ver­he­ven op een paal, de man, in alle­daag­se kle­dij, staat op een aan­tal soli­de gesta­pel­de beton­nen schij­ven van ver­schil­len­de for­ma­ten. Rus­tig en gela­ten over­schou­wen ze het plein. De beel­den zijn aan­we­zig maar drin­gen zich niet op aan de toe­schou­wer. De kun­ste­naar beslis­te bij de plaat­sing om geen con­tact te maken tus­sen de beel­den onder­ling. Ze sta­ren elk een eigen rich­ting uit. Bewe­ging of expres­sie is bewust weg­ge­la­ten ten voor­de­le van een inner­lijk psy­cho­lo­gisch leven. In het opper­vlak van de bron­zen beel­den vin­den we spo­ren die her­in­ne­ren aan het werk­pro­ces van het bei­te­len in hout. Het is typisch voor Stephan Bal­ken­hol om het beeld­hou­wen op zich te laten spre­ken en niet onder­ge­schikt te maken aan een bood­schap of betekenis.

    In opdracht van de stad start­te Joost Dec­ler­cq, cul­tu­reel bemid­de­laar bij De Nieu­we Opdracht­ge­vers, samen met Buurt­werk Vee­markt in 2003 een over­leg met de bewo­ners van de Vee­markt in func­tie van de inte­gra­tie van een kunst­werk in de publie­ke ruim­te. Na ver­schil­len­de ver­ga­de­rin­gen met het buurt­werk en de bewo­ners­werk­groep van de Vee­markt, werd geko­zen voor de Duit­se kun­ste­naar Stephan Bal­ken­hol. Hij cre­ëer­de dit werk spe­ci­fiek voor de Vee­markt, reke­ning hou­dend met de wen­sen van de buurtbewoners.

    Stephan Bal­ken­hol (Fritz­lar Duits­land, 1957) stu­deer­de aan de Hoch­schu­le für bil­den­de Kün­ste Ham­burg bij Ulrich Rück­riem. Bal­ken­hol is een klas­sie­ke beeld­hou­wer die met bei­tel en hamer het hout bewerkt. Maar de kun­ste­naar expe­ri­men­teert ook met brons waar­in we dezelf­de schrif­tuur vin­den zoals op zijn hou­ten beel­den. Zijn grof­ge­hak­te en kleu­rig beschil­der­de hout­sculp­tu­ren zijn even­wel zijn han­dels­merk gewor­den. Het gebruik­te mate­ri­aal blijft in zijn werk altijd her­ken­baar en ook de verf­laag ver­bergt dit niet. Man­nen en vrou­wen in gewo­ne doen staan cen­traal in zijn werk. Bal­ken­hol is een toon­aan­ge­ven­de heden­daag­se beeld­hou­wer wiens werk in heel wat musea en op open­ba­re plaat­sen te zien is.

  • 15

    Man ‣ Stephan Balkenhol

    2011 Man Stephan Balkenhol c Danny Veys

    Over het kunstwerk

    Op de Vee­markt staat een beel­den­groep bestaan­de uit twee gekleur­de bron­zen beel­den die levens­gro­te figu­ren voor­stel­len: een man­ne­lij­ke figuur en een bal­le­ri­na. De bal­le­ri­na staat sier­lijk op een rode bol, hoog ver­he­ven op een paal, de man, in alle­daag­se kle­dij, staat op een aan­tal soli­de gesta­pel­de beton­nen schij­ven van ver­schil­len­de for­ma­ten. Rus­tig en gela­ten over­schou­wen ze het plein. De beel­den zijn aan­we­zig maar drin­gen zich niet op aan de toe­schou­wer. De kun­ste­naar beslis­te bij de plaat­sing om geen con­tact te maken tus­sen de beel­den onder­ling. Ze sta­ren elk een eigen rich­ting uit. Bewe­ging of expres­sie is bewust weg­ge­la­ten ten voor­de­le van een inner­lijk psy­cho­lo­gisch leven. In het opper­vlak van de bron­zen beel­den vin­den we spo­ren die her­in­ne­ren aan het werk­pro­ces van het bei­te­len in hout. Het is typisch voor Stephan Bal­ken­hol om het beeld­hou­wen op zich te laten spre­ken en niet onder­ge­schikt te maken aan een bood­schap of betekenis.

    In opdracht van de stad start­te Joost Dec­ler­cq, cul­tu­reel bemid­de­laar bij De Nieu­we Opdracht­ge­vers, samen met Buurt­werk Vee­markt in 2003 een over­leg met de bewo­ners van de Vee­markt in func­tie van de inte­gra­tie van een kunst­werk in de publie­ke ruim­te. Na ver­schil­len­de ver­ga­de­rin­gen met het buurt­werk en de bewo­ners­werk­groep van de Vee­markt, werd geko­zen voor de Duit­se kun­ste­naar Stephan Bal­ken­hol. Hij cre­ëer­de dit werk spe­ci­fiek voor de Vee­markt, reke­ning hou­dend met de wen­sen van de buurtbewoners.

    Stephan Bal­ken­hol (Fritz­lar Duits­land, 1957) stu­deer­de aan de Hoch­schu­le für bil­den­de Kün­ste Ham­burg bij Ulrich Rück­riem. Bal­ken­hol is een klas­sie­ke beeld­hou­wer die met bei­tel en hamer het hout bewerkt. Maar de kun­ste­naar expe­ri­men­teert ook met brons waar­in we dezelf­de schrif­tuur vin­den zoals op zijn hou­ten beel­den. Zijn grof­ge­hak­te en kleu­rig beschil­der­de hout­sculp­tu­ren zijn even­wel zijn han­dels­merk gewor­den. Het gebruik­te mate­ri­aal blijft in zijn werk altijd her­ken­baar en ook de verf­laag ver­bergt dit niet. Man­nen en vrou­wen in gewo­ne doen staan cen­traal in zijn werk. Bal­ken­hol is een toon­aan­ge­ven­de heden­daag­se beeld­hou­wer wiens werk in heel wat musea en op open­ba­re plaat­sen te zien is.

  • 16

    Watcher ‣ Inge Dewilde

    Watcher website low quality dieter van caneghem

    Over het kunstwerk

    Wat­cher’ van kun­ste­na­res Inge Dewil­de is de bewa­ker van de men­se­lij­ke ziel en kijkt toe op de fun­da­men­te­le rech­ten van de mens. De ver­ti­ca­le, frag­men­ta­risch uit­ge­werk­te ano­nie­me figuur, is een ver­wij­zing naar men­sen met beper­kin­gen. De beper­kin­gen in de maat­schap­pij wor­den gesym­bo­li­seerd door de onaf­ge­werk­te armen en de ver­smol­ten benen. Het beeld is ano­niem, zon­der gezicht, met flar­den brons die ver­vaagd zijn en reflec­te­ren naar de droom­we­reld. Het beeld is vol­le­dig her­leid tot zijn eni­ge func­tie: die van toe­zich­ter. Hij is stoer, sterk en straalt rust uit. 

    Het kunst­werk is geplaatst in 2007 naar aan­lei­ding van de 25e ver­jaar­dag van de Kort­rijk­se afde­ling van de ser­vi­ce­club Sorop­ti­mist. Sorop­ti­mist Inter­na­ti­o­nal is de groot­ste inter­na­ti­o­na­le orga­ni­sa­tie voor vrou­wen met een beroep en/​of ver­ant­woor­de­lij­ke func­tie. Deze orga­ni­sa­tie is aan­we­zig in 120 lan­den. De doel­stel­lin­gen van de orga­ni­sa­tie zijn het res­pect voor de rech­ten van de mens en in het bij­zon­der de pro­mo­tie van het sta­tuut van de vrouw en kind. Dit in de geest van vriend­schap, dienst­vaar­dig­heid en maat­schap­pe­lij­ke verantwoordelijkheidszin. 

    Inge Dewil­de (Kort­rijk, 1957) stu­deer­de aan het Sint-Lucas­in­sti­tuut te Gent, en behaal­de meer­de­re onder­schei­din­gen en selec­ties als beel­dend kun­ste­naar In Bel­gië en in het bui­ten­land. Zij rea­li­seert haar beel­den voor­na­me­lijk door ze in brons te gie­ten met de ver­lo­ren was­tech­niek’. Daar­naast is ze ook kera­mis­te. De sym­bo­liek speelt een belang­rij­ke rol in haar oeuvre.

  • 17

    Untitled (ledsculptuur) ‣ Jean-Luc Verpoucke

    Led sculptuur jeanluc verpoucke

    Over het kunstwerk

    Deze leds­culp­tuur van kun­ste­naar Jean-Luc Ver­pou­c­ke werd geïn­stal­leerd in 2010 n.a.v. het 250-jari­ge bestaan van de Kunst­aca­de­mie. Jean-Luc Ver­pou­c­ke gaf er les in het ate­lier beeld­hou­wen en het ate­lier steens­culp­tuur in de aca­de­mie. De sculp­tuur bestaat uit twee her­sen­helf­ten gego­ten in kunst­stof met rode en wit­te licht­jes­In tegen­stel­ling tot wat men vroe­ger dacht stu­ren bei­de her­sen­helf­ten niet elk afzon­der­lijk bepaal­de func­ties aan maar is er een wis­sel­wer­king tus­sen bei­den bij vrij­wel elk pro­ces. Wat ver­schilt is de manier van ver­wer­ken van infor­ma­tie. In de leds­culp­tuur van Ver­pou­c­ke licht de rech­ter­her­sen­helft afwis­se­lend rood en wit op. Daar­mee ver­wijst de kun­ste­naar naar de cre­a­ti­vi­teit, emo­tie en schoon­heid die eer­der gel­inkt werd aan deze her­sen­helft maar ook aan de artis­tie­ke oplei­din­gen van de Aca­de­mie en de leerlingen.

    Jean-Luc Ver­pou­c­ke (°Ieper, 1957) stu­deer­de beeld­houw­kunst aan het Sint-Lucas­in­sti­tuut in Gent en woont en werkt in Harel­be­ke. In 1982 werd hij leraar aan de Konink­lij­ke Aca­de­mie van Kort­rijk en Brug­ge. In 1986 was hij lau­re­aat van de nati­o­na­le beeld­houw­wed­strijd A. Ver­mey­len­fonds. Naast het les­ge­ven heeft Ver­pou­c­ke heel wat sculp­tu­ren ver­vaar­digd, meest­al uit steen. Zijn beeld­houw­wer­ken wor­den gebo­ren uit de con­fron­ta­tie van het onge­vorm­de , natuur­lij­ke mate­ri­aal — de ruwe steen — met een strak­ke of vloei­en­de, soms geo­me­tri­sche vorm­ge­ving. Vaak is zijn werk een opeen­sta­pe­ling van ver­schil­len­de com­po­nen­ten die de sug­ges­tie van een labiel even­wicht opwekken.

  • 18

    ZieMie Karaboeja ‣ Mie Bogaerts

    2021 Karaboeja 01 Foto Siegfried Desmet 2

    Over het kunstwerk

    KARA­BOE­JA

    Wat dacht je.
    Ik mag je.
    Zoek­mie te mid­den van de markt.
    Zie­daar. Zie­hier.
    Zie­mie te mid­den van de markt.
    Call Mie!
    Kara­boe­ja voor de kele,
    eet er maar vele.

    Zie­Mie (ZIE JE MIJ) is een ver­ras­sen­de wan­del- of fiets­tocht in cen­trum Kort­rijk. Ga op zoek naar de ver­schil­len­de bron­zen beeld­jes van beel­dend kun­ste­na­res Mie Bogaerts (°1968, Kort­rijk). Bij elk beeld­je hoort een gedicht van Jor­is Denoo, te beluis­te­ren door de QR-code bij het beeld­je te scannen.

    Meer infor­ma­tie? Down­load de bro­chu­re of haal een fysiek exem­plaar af bij het infop­unt van Visit Kort­rijk.

  • 19

    Floating Gardens ‣ Michel Desvigne

    Floating gardens2 foto stad kortrijk

    Over het kunstwerk

    De drij­ven­de tui­nen van Michel Des­vig­ne vor­men zich op de Oude Leie-arm aan de Broel­to­rens in Kort­rijk. Ze accen­tu­e­ren de ver­laag­de lei­e­boor­den langs bei­de zij­den die de indruk geven van een plein, half ver­hard, half aqua­tisch. De rivier en kaai­en zijn een ide­a­le plek voor water­re­cre­a­tie en wor­den af en toe ook een amfi­the­a­ter voor aller­han­de spek­ta­kels. Zowel de her­in­rich­ting van de kaai­en als de eiland­jes van Des­vig­ne her-acti­ve­ren de publie­ke ruim­te van en rond de Leie in het cen­trum van Kort­rijk. De tuin­tjes zijn klei­ne, een­vou­di­ge en repe­ti­tie­ve struc­tu­ren die de natuur­lij­ke beplan­ting van de Lei­e­oe­vers ver­van­gen en diver­se migra­ties van vogels en water­or­ga­nis­men onder­steu­nen. In dit mini­a­tuur natu­ra­lis­ti­sche water­land­schap lezen we de ver­gan­ke­lijk­heid en vol­gen we de over­gang van de sei­zoe­nen. Flo­a­ting Gar­dens’ roept een drij­vend droom­land­schap op om te reflec­te­ren op en over het water.

    Michel Des­vig­ne is een Fran­se land­schaps­ar­chi­tect, inter­na­ti­o­naal gere­nom­meerd voor zijn rigou­reu­ze en eigen­tijd­se werk en onder­zoek. Hij ont­wik­kelt pro­jec­ten in meer dan 25 lan­den. Hij her­be­kijkt het land­schap en pro­beert de mecha­nis­men te begrij­pen die het land­schap maken, om het met die­zelf­de mecha­nis­men dan weer om te vor­men en zin te geven. In 2000 kreeg Des­vig­ne de Médail­le de l’Académie d’Architecture en in 2011 de Grand Prix de l’Urbanisme. Hij is sinds 2003 rid­der in de Fran­se Orde van Kunst en Let­te­ren en gaf les aan meer­de­re archi­tec­tuur­scho­len ter wereld. Als geo­graaf en bota­ni­cus die op gro­te schaal werkt, houdt hij van de stad omdat ze veel publie­ke ruim­te biedt, en omdat een goed ont­wor­pen stad met al haar stra­ten, plei­nen en par­ken een maat­schap­pij ook vormgeeft.

  • 20

    Le Conscient ‣ Octave Landuyt

    2024 Le conscient Octave Landuyt c Dieter Van Caneghem 1

    Over het kunstwerk

    In 2021 lan­ceer­de Kort­rijk de actie Beeld in jouw buurt’. Voor heel wat sculp­tu­ren die in het Regi­o­naal Erf­goed­de­pot Tre­zoor bewaard wer­den, ging men op zoek naar een pas­sen­de plek in de stad of de deel­ge­meen­ten van Kort­rijk. Inwo­ners kre­gen de kans om mee te bepa­len waar ze beeld­houw­kunst in de publie­ke ruim­te wil­len inte­gre­ren. Ieder­een mocht voor­stel­len doen, op voor­waar­de dat de sculp­tu­ren publiek en gra­tis toe­gan­ke­lijk zijn en op een vei­li­ge plaats staan. Het Gul­den­spo­ren­col­le­ge cam­pus Kaai dien­de maar liefst 4 voor­stel­len in. Een van de 4 geko­zen wer­ken is Le Con­scient” van Octa­ve Lan­duyt. Het is een monu­men­taal beeld in kera­miek met een voor­stel­ling van een hoofd rus­tend op twee han­den. Het werk is gemon­teerd op een mar­me­ren sok­kel.

    Octa­ve Lan­duyt (Gent 1922) volg­de les aan de Kort­rijk­se Aca­de­mie en was les­ge­ver aan het Konink­lijk Athe­ne­um van Kort­rijk en de Nor­maal­school van Gent. Hij was actief als schil­der, kera­mist, beeld­hou­wer en ont­wer­per en behaal­de heel wat prij­zen en onder­schei­din­gen. Zijn stijl is moei­lijk onder één noe­mer te vat­ten, maar bevat vaak ver­vorm­de men­se­lij­ke en dier­lij­ke figu­ren. Zoals in tal­rij­ke wer­ken van Lan­duyt, zijn ook in Le Con­scient het sur­re­a­lis­me en de sug­ges­tie­ve kracht van de ver­beel­ding in harmonie.

  • 21

    Moeder Aarde II ‣ Ann Deman

    12225f28 7674 11e9 b6c3 efa097a82498

    Over het kunstwerk

    Ver­bon­den door de Leie tus­sen Sint-Mar­tens Latem en Kort­rijk lig­gen de beeld­houw­wer­ken Moe­der Aar­de I en II van de Meen­en­se kun­ste­na­res Ann Deman. Moe­der Aar­de II staat voor de oer­moe­der die ons in con­tact brengt met onze bestaans­grond, met de aar­de die alle leven geeft en neemt. Het half ver­zon­ken monu­men­ta­le bron­zen beeld van de vrouw lijkt zich met krach­ti­ge en leven­di­ge bewe­gin­gen los te wrik­ken uit de aar­de. Deze bewe­ging is een wor­ste­len tus­sen ver­lan­gen naar vrij­heid en het koes­te­ren van de warm­te van de aarde.

    Het werk van Ann Deman (Menen, 1969) balan­ceert tus­sen het cre­a­tief bezig zijn en medi­ta­tie. Het intu­ï­tief schep­pen van­uit ver­bon­den­heid geeft haar beel­den harts­tocht. Haar meest geken­de wer­ken Moe­der Aar­de I en II zijn een typi­sche uit­druk­king van deze ener­gie en gedre­ven­heid, ver­bon­den­heid met de aar­de. Haar pad als kun­ste­naar is aty­pisch en ze koos niet voor meest evi­den­te weg. De mees­te kun­ste­naars evo­lu­e­ren van klei­ne naar gro­te wer­ken. Niet zo bij Ann. Als star­tend kun­ste­naar rea­li­seer­de ze in 2004 haar eer­ste impo­sant beeld Moe­der Aar­de dat nu de oevers van de Leie te Sint-Mar­tens-Latem opfleurt. Onder­tus­sen ligt haar werk let­ter­lijk tot aan de ande­re kant van de wereld in Tasmanië.

  • 22

    Bazuin ‣ Johan Tahon

    20230604 inhuldiging bazuin 4 1 1

    Over het kunstwerk

    Bazuin van kun­ste­naar Johan Tahon (°1965, Menen) schalt over de val­lei op Hoog Kort­rijk. Het werk ont­stond naar aan­lei­ding van kunst­ex­pe­di­tie De Wind­stoot” geor­ga­ni­seerd door vzw Wit.h, een ver­e­ni­ging die ruim­te geeft in de heden­daag­se kunst voor wie anders is. De Art Expe­di­tie gaat over de macht van de beper­king en werd geor­ga­ni­seerd naar aan­lei­ding van het 20-jarig bestaan van vzw Wit.h. De Wind­stoot — geba­seerd op een werk van Léon Spil­liaert — gaat over gelijk­waar­dig­heid, over een stem geven aan zij die niet gehoord wor­den. Met een groot aan­tal kun­ste­naars, waar­on­der Johan Tahon, werd nieuw werk gecre­ëerd samen met een groep out­si­der kunstenaars. 

    Johan Tahon maak­te een monu­men­ta­le bron­zen sculp­tuur in de vorm van een bazuin, die sinds juni 2023 per­ma­nent in Kort­rijk getoond wordt. Wereld­wijd en door­heen de tijd, is de bazuin sym­bo­lisch voor het uit­schal­len van het nieuws: goed of slecht. De bazuin kon­digt de komst aan van een groot onheil of omge­keerd, bazuint een gro­te ver­wel­ko­ming uit. Wie kent niet het beeld van de bazuin bla­zen­de enge­len bij het laat­ste oor­deel? Wie kent niet het geluid van de sjo­far? Je hoort oli­fan­ten in de woes­tijn of mist­hoorns in de verte.

    Kun­ste­naar Johan Tahon is afkom­stig uit Menen en volg­de beeld­hou­wen aan de aca­de­mie van Kort­rijk en later in Gent. Hij maakt veel monu­men­taal werk in brons en gips en recent ook in kera­miek en rea­li­seer­de tal­rij­ke wer­ken voor de publie­ke ruim­te. De Bazuin is één van zijn zeld­za­me kunst­wer­ken waar geen mens­fi­guur in ver­vat zit.

  • 23

    Fontein met vis en kind ‣ Koos Van der Kaaij

    20240322 fontein met vis en kind koos van der kaaij c stad kortrijk 6 low quality

    Over het kunstwerk

    Fon­tein met Vis en Kind’ werd in 1949 ver­vaar­digd door Koos van der Kaaij (1899, Lei­den — 1976, Brug­ge). Het beeld stond oor­spron­ke­lijk in de vij­ver van het Konin­gin Astrid­park. In 2022 werd het park ech­ter heraan­ge­legd waar­door de fon­tein niet meer in de nieu­we omge­ving pas­te. Via de actie Beeld in jouw Buurt werd er een nieu­we match gevon­den tus­sen het beeld en de Begraaf­plaats Sint-Jan. In maart 2024 kreeg de fon­tein zijn nieu­we defi­ni­tie­ve plaats in de vij­ver aan de ingang van de begraafplaats.

    Het beeld van een water spu­wen­de vis bij de staart vast­ge­hou­den door een kind van Koos van der Kaaij past bin­nen de artis­tie­ke visie van de begraaf­plaats. Er is al een eer­ste link met het werk door de ver­wij­zing naar het graf­mo­nu­ment van Léon Bey­art-Sioen — ont­wor­pen in 1934 door archi­tect en zoon van, Car­los Beyaert — met een reli­ëf van Koos van der Kaaij. 

    De uit­zon­der­lij­ke waar­de van de oud­ste begraaf­plaats van de stad zit ver­vat in haar geschie­de­nis, haar land­schap­pe­lij­ke en archi­tec­tu­ra­le waar­de en artis­tie­ke kwa­li­teit. Enke­le beken­de beeld­hou­wers zoals Jules Lagae, Ernest Salu, Antoon Van Parys en Gode­froid Devree­se lie­ten er prach­ti­ge wer­ken na. Beeld­hou­wers Alfons Nose­da en Lie­ven Colar­dyn en achi­tect Jules Caret­te, voor­za­gen zelfs hun graf van eigen werk. Het kunst­werk Fon­tein met Vis en Kind’ is van de hand van Koos van der Kaaij. Jaco­bus Koos’ was een Neder­land­se beeld­hou­wer die een groot deel van zijn leven in Vlaan­de­ren heeft gewerkt en gewoond. Hij kwam in Kort­rijk terecht nadat hem gevraagd werd mee te hel­pen aan de res­tau­ra­tie van het tij­dens de oor­log ver­niel­de Nepo­mu­ce­nus­beeld op de Leiebrug.

  • 24

    Heilige Johannes Nepomucenus ‣ Georges Vandevoorde

    2024 Heilige Johannes Nepomucenus Georges Vandevoorde c Dieter Van Caneghem 3

    Over het kunstwerk

    Het beeld van de Hei­li­ge Nepo­mu­ce­nus stelt de hei­li­ge voor met een kruis in zijn armen en een aure­ool van ster­ren om zijn hoofd. Het cru­ci­fix ver­wijst naar de mar­tel­dood. De vijf ster­ren her­in­ne­ren aan de vijf licht­jes die de plaats zou­den aan­ge­duid heb­ben waar het lijk van de hei­li­ge zich bevond in het water. Op de sok­kel staat een tekst gebei­teld, opge­steld door Jan Soe­te, die de bewo­gen geschie­de­nis van het beeld weer­geeft. Het oor­spron­ke­lij­ke beeld is gemaakt door Lie­ven Hel­den­berg uit Gent. Waar­schijn­lijk was dezelf­de Lie­ven Hel­den­berg ook op een bepaald moment werk­zaam in de Sint-Baaf­skerk. Hij zou o.m. het praal­graf van bis­schop Antoon van der Noort gemaakt hebben.

    Vol­gens de wens van de opdracht­ge­ver Leo­nard-Jozef Sur­mont werd het eer­ste beeld met zijn rug naar Frank­rijk geplaatst, op de hou­ten brug tus­sen de Lei­e­straat en de Budastraat. Kort­rijk was toen juist vier jaar lang geteis­terd geweest door Fran­se vij­an­de­lijk­he­den. Het beeld werd in 1749 aan de stad geschon­ken. In 1882 werd de hou­ten brug ver­van­gen door een ste­nen brug en ver­huis­de het beeld naar de Broel­kaai. In 1913 werd het beeld op de Broel­brug geplaatst, maar nu met zijn gezicht naar Frank­rijk. In 1918, bij de aftocht van de Duit­sers, werd de brug opge­bla­zen en ver­dween het beeld in de Leie. Het hoofd werd omstreeks 1955 terug­ge­von­den en bevindt zich nu in de col­lec­tie van de Ste­de­lij­ke Musea Kort­rijk. In 1922 werd het twee­de beeld geplaatst op de Broel­brug. Deze kopie werd gemaakt door de Neder­lan­der Koos van der Kaaij (18991976), die toen in het ate­lier Lelan in Kort­rijk werk­te. Vóór de inval van de Duit­sers in 1940 werd de brug opge­bla­zen, waar­door de hei­li­ge opnieuw in het water terecht­kwam. In 1947 werd het beeld bij bag­ger­wer­ken licht bescha­digd boven­ge­haald. Het bevindt zich momen­teel in de tuin van Broel­kaai 6 in Kort­rijk. Het der­de beeld dateert van 1960 en is van de hand van de Kort­rijk­se beeld­hou­wer Geor­ges Vandevoorde.

    Van­de­voor­de Geor­ges (Kort­rijk, 1878 — Ander­lecht, 1964) stu­deer­de aan de Konink­lij­ke Aca­de­mie voor Scho­ne Kun­sten Kort­rijk waar beeld­hou­wer Con­stant Devree­se leraar was. Hij debu­teer­de in het ate­lier van de Kort­rijk­se beeld­hou­wers Jozef Lelan en Vic­tor Sileg­hem en week ver­vol­gens uit naar een Brus­sels ate­lier. Hij kon zich ver­der ver­vol­ma­ken in de aca­de­mie van Brus­sel onder lei­ding van de beeld­hou­wers Juli­aan Dil­lens en Char­les Van der Stap­pen. Hij werk­te zeven jaar samen met de befaam­de Waal­se beeld­hou­wer Vic­tor Rous­se­au, die een gro­te invloed op hem had. Van­de­voor­de maak­te tal­rij­ke oor­logs­mo­nu­men­ten en portretbustes.

  • 25

    Het Groeningemonument / De Maagd van Vlaanderen ‣ Godfried Devreese

    Browse 6

    Over het kunstwerk

    Op het Groe­nin­ge­veld, vond in 1302 de beroem­de Slag der Gul­den­spo­ren plaats. Vlaam­se ambachts­lie­den en mili­ties ver­sloe­gen er het zwaar­be­wa­pen­de rid­der­le­ger van de Fran­se koning — een neder­laag die tot ver bui­ten de gren­zen werd bespro­ken en nog steeds een groot deel uit­maakt van de iden­ti­teit van Kort­rijk. Zes­hon­derd jaar later, in 1902, wil­de men deze over­win­ning op een blij­ven­de manier her­den­ken. Het resul­taat daar­van werd vier jaar later ont­huld: het Groe­nin­ge­mo­nu­ment, met in het mid­den de indruk­wek­ken­de Maagd van Vlaanderen. 

    Het ver­gul­de bron­zen beeld toont een jon­ge vrouw — de per­so­ni­fi­ca­tie van Vlaan­de­ren — fier en strijd­vaar­dig. In haar lin­ker­hand houdt ze een zeis, waar­van men toen dacht dat het een goe­den­dag was, het beken­de wapen van de Vlaam­se strij­ders. Met haar rech­ter­hand houdt ze de Vlaam­se leeuw vast bij zijn manen: een brul­len­de, geboei­de leeuw, die net zijn ketens heeft ver­bro­ken en in de rich­ting van Frank­rijk brult. De jon­ge vrouw ver­wijst naar een Maria­beeld uit de 13de eeuw dat nog steeds te bezich­ti­gen is in de Sint-Michiels­kerk te Kortrijk. 

    Het beeld staat op een hard­ste­nen sok­kel met drie beel­den­groe­pen in reliëf: 

    • Een Vlaam­se krij­ger die afscheid neemt van zijn vrouw en kind: Boven deze beel­den­groep zien we de Onze-Lie­ve-Vrouw van Groe­nin­ge. Op het hache­lijk­ste moment van de gul­den­spo­ren­slag, toen de strijd voor de Vla­min­gen hele­maal ver­lo­ren leek, zou – vol­gens de legen­de – Gwij­de van Namen (twee­de zoon van Gwij­de van Dam­pier­re, graaf van Vlaan­de­ren) zijn ogen gericht heb­ben naar de abdij van Onze-Lie­ve-Vrouw van Groe­nin­ge en met lui­de stem geroe­pen heb­ben Hemel­se Konin­gin­ne, hul­pe mi ute deser noot”. Uit­ein­de­lijk schonk Onze-Lie­ve-Vrouw van Groe­nin­ge de zege aan het Vlaam­se leger.
    • De dood van de Fran­se bevel­heb­ber Robert d’Artois, ver­plet­terd onder zijn paard: Robert d’Ar­tois (Robrecht van Arte­sië), de aan­voer­der van het Fran­se leger, ligt naast zijn paard Morel. Toen de strijd voor de Fran­sen ver­lo­ren leek, viel hij ‑vol­gens de legen­de- zelf aan en reed recht naar de leeu­wen­vlag en scheur­de deze in stuk­ken. Wil­lem van Saef­tin­ge, een leken­broe­der uit Ter Doest’ haal­de met een for­se slag uit naar Morel, het paard van Robrecht, en velt het. Hier­na wordt Robrecht zelf mee­do­gen­loos afge­slacht. We zien ook nog het wapen­schild van Vlaan­de­ren en dat van Kortrijk.
    • De thuis­komst van de over­win­naars, de Vla­min­gen komen weer thuis. Een magi­straat die de hand van een over­win­naar drukt en een lau­rier­tak boven zijn hoofd houdt. Een sol­daat ver­kon­digt de over­win­ning door te bla­zen op een bazuin, een voor­lo­per van de trompet. 

    Op de ach­ter­kant van het kunst­werk prijkt de tekst: Het Vader­land dankt dit gedenk­te­ken aan Edward Degry­se (pas­toor-deken) en August Rey­naert (bur­ge­mees­ter), eere­voor­zit­ters, Jor­is Van­da­le; voor­zit­ter: Vic­tor Mou­lard (stads­ar­chi­tect), Hec­tor Steyt en Jozef Ver­riest; onder­voor­zit­ters: The­o­door Sevens secre­ta­ris, Leo­pold Ber­le­mont schat­be­waar­der MDCCC­CII (1902). Dit waren de leden van het Groe­nin­ge­co­mi­té, spe­ci­aal opge­richt voor de rea­li­sa­tie van dit monu­ment.

    De kun­ste­naar: Gode­froid Devreese 

    Het ont­werp is van Gode­froid (of God­fried) Devree­se (°1861, Kort­rijk — †1941, Els­e­ne), een beeld­hou­wer uit Kort­rijk, die zijn oplei­ding volg­de bij zijn vader en later aan de aca­de­mies van Kort­rijk en Brus­sel stu­deer­de. Zijn werk is krach­tig, expres­sief en roman­tisch-rea­lis­tisch. Devree­se ont­wierp niet alleen het beeld zelf, maar ook het hele monu­ment en sokkel. 

    Voor deze opdracht werd in 1902 een kunst­wed­strijd uit­ge­schre­ven. Tien kun­ste­naars dien­den hun ont­wer­pen in. Twee beel­den haal­den de finaleronde: 

    Flan­dria Nos­tra van Jules Lagae, met een Maagd van Vlaan­de­ren te paard, dat nu te vin­den is op het Munt­plein in Brugge.Het ont­werp Gul­den Spo­re van God­fried Devree­se, dat uit­ein­de­lijk geko­zen werd. 

    Devreeses werk werd als krach­ti­ger, moder­ner en expres­sie­ver gezien dan het klas­sie­ke beeld van Lagae. Uit­ein­de­lijk werd het beeld in 1906 inge­hul­digd, gego­ten in de gere­nom­meer­de Fon­de­rie Nati­o­na­le des Bron­zes in Sint-Gillis. 

    LEUK OM TE WETEN 

    • Het kunst­werk – begroot op 136000 frank – werd onder meer betaald met gif­ten van de staat, de pro­vin­cie en de stad Kort­rijk. Ook ande­re pro­vin­cies en ste­den zoals Brug­ge en Ant­wer­pen deden mooie gif­ten. Ver­e­ni­gin­gen zoals het Davids­fonds en stu­den­ten­ver­e­ni­gin­gen deden ook hun bij­dra­ge. Opval­lend is dat er ook een gift van 50 frank was door het beken­de Ame­ri­kaan­se cir­cus Bar­num and Bailey.
    • Ten voor­de­le van de geld­in­za­me­ling voor de oprich­ting van het Groe­nin­ge­mo­nu­ment liet Gui­do Gezel­le in 1894 de pla­quet­te Ver­tij­loos­heid druk­ken met zes­tien (over­we­gend natuur-)gedichten die later in zijn bun­del Rijm­snoer wer­den opgenomen.
    • Tij­dens de Eer­ste Wereld­oor­log werd het monu­ment geraakt door een bom­bar­de­ment (op 16 juni 1918). Spo­ren van die aan­val zijn nog altijd zicht­baar aan de knie en dij van het beeld van het geval­len paard van Robert d’Artois.
    • Een inte­res­sant detail in dit ver­haal is de moge­lij­ke inspi­ra­tie­bron voor het aan­zicht van de Maagd van Vlaan­de­ren. God­fried Devree­se had in 1899 al het beeld Thaïs” gemaakt — een sen­su­eel en mys­te­ri­eus vrou­wen­beeld. Kunst­his­to­ri­ci heb­ben opge­merkt dat de Maagd van Vlaan­de­ren opval­lend veel lijkt op Thaïs in hou­ding, gelaats­trek­ken en kap­sel. Het model voor Thaïs was hoogst­waar­schijn­lijk Geor­get­te Leb­lanc, een beken­de Fran­se ope­ra­zan­ge­res en actri­ce, en de muze van Nobel­prijs­win­naar Mauri­ce Mae­ter­lin­ck. De the­o­rie gaat dat Devree­se Leb­lanc moge­lijk opnieuw gebruik­te als inspi­ra­tie voor de Maagd in Kortrijk.
    • Het Groe­nin­ge­mo­nu­ment werd in 1993 geres­tau­reerd en op 8 juli 1998 offi­ci­eel als beschermd monu­ment erkend.